
De naam Johannes Hendricus van der Palm komt tegenwoordig niet vaak meer voorbij, toch heeft hij een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het protestantisme in Nederland, vooral op het gebied van bijbelvertaling en geloofsopvoeding.
Van der Palm leefde van 1763 tot 1840, een periode waarin kerk, samenleving en wetenschap sterk veranderden. De Verlichting had invloed gekregen op het denken over opvoeding, geloof en redelijkheid. Tegelijk bleef de Bijbel voor veel Nederlanders het belangrijkste boek in huis. Juist in die wereld probeerde Van der Palm de Bijbel toegankelijker te maken voor de lezer en begrijpelijker voor de jeugd.
Zijn werk laat zien hoe belangrijk taal voor hem was. Reeds als minister van onderwijs had hij zich al bezig gehouden met het vaststellen van de juiste spelling van de Nederlandse taal. Dat zou later goed van pas komen bij zijn revisie van de tekst van de Statenvertaling.
Zijn nalatenschap rust vooral op drie werken: zijn revisie van de Statenvertaling met kanttekeningen, de Bijbel voor de Jeugd en de verzameling leerredenen die na zijn dood door Nicolaas Beets werd uitgegeven.
Predikant, geleerde en bestuurder
Van der Palm werd geboren in Rotterdam in een omgeving waarin onderwijs en literatuur belangrijk waren. Zijn vader was schoolhouder en betrokken bij literaire genootschappen. Al jong schreef Van der Palm gedichten en ontwikkelde hij een grote belangstelling voor taal.
In 1784 werd hij predikant in Maartensdijk. Later werkte hij in Middelburg en vervolgens in Leiden. Daarnaast speelde hij ook een rol in het bestuur van het land tijdens de Bataafse Republiek. Hij werd minister van Onderwijs en werkte mee aan de onderwijswet van 1806.
Die combinatie van theologie en onderwijs is belangrijk om zijn werk te begrijpen. Van der Palm zag geloof en opvoeding nauw met elkaar verbonden. De Bijbel moest gelezen kunnen worden door gewone mensen, door gezinnen en ook door kinderen.
Een gematigde theoloog
Theologisch stond Van der Palm dicht bij de gereformeerde traditie, maar hij had weinig belangstelling voor scherpe dogmatische discussies. Hij geloofde in klassieke leerstukken zoals de Drie-eenheid en de betrouwbaarheid van de Schrift, maar hij werkte die meestal niet uitgebreid uit.
Zijn aandacht ging vooral uit naar de uitleg van de Bijbeltekst zelf. Daarin verschilde hij van veel oudere gereformeerde theologen, die vaak sterk systematisch en dogmatisch werkten. Van der Palm wilde eerst begrijpen wat de tekst zei, hoe woorden gebruikt werden en hoe een passage het beste gelezen kon worden.
Hij hoorde bij het zogenaamde supranaturalisme. Dat betekende dat hij de wonderen in de Bijbel als werkelijk gebeurd beschouwde. Tegelijk probeerde hij sommige gebeurtenissen ook rationeel te benaderen. Volgens Van der Palm hoefden geloof en nadenken elkaar niet uit te sluiten.
De historisch-kritische methode, die in zijn tijd nog in de kinderschoenen stond, wees hij af. Hij vond dat deze manier van Bijbelonderzoek te gemakkelijk afstand nam van het gezag van de Schrift. Toch stond hij wel open voor tekstkritiek in beperkte vorm. Hij had belangstelling voor oude handschriften en oude vertalingen van het Oude Testament, zoals de Septuaginta en de Samaritaanse Pentateuch.
Dat maakt Van der Palm interessant voor wie zich bezighoudt met hermeneutiek en exegese. Hij vertegenwoordigt een vorm van protestantse geleerdheid die de Bijbel serieus wilde onderzoeken zonder het geloofskarakter van de Schrift los te laten.
De Van der Palm Bijbel
Het bekendste werk van Van der Palm is zijn bijbelvertaling, verschenen tussen 1818 en 1830. Deze uitgave werd later bekend als de “Van der Palm Bijbel”.
Het ging niet om een volledig nieuwe vertaling vanuit het niets. Van der Palm wilde dicht bij de Statenvertaling blijven, maar tegelijk het Nederlands begrijpelijker maken voor negentiende-eeuwse lezers. De taal van de Statenvertaling was voor veel mensen nog vertrouwd, maar begon ook ouderwets aan te voelen.
Van der Palm probeerde daarom een middenweg te vinden. Hij moderniseerde de taal voorzichtig, zonder de toon van de Bijbel verloren te laten gaan.
Minstens zo belangrijk waren de kanttekeningen die hij toevoegde. Daarin laat Van der Palm zien hoe hij met de Bijbeltekst omging. Voor het Oude Testament gebruikte hij vooral de Masoretische tekst als grondtekst. Soms raadpleegde hij ook andere oude bronnen wanneer een passage moeilijk te begrijpen was.
Voor het Nieuwe Testament werkte hij voornamelijk met de Textus Receptus, dezelfde Griekse tekst die ook de Statenvertalers hadden gebruikt. Toch week hij op sommige punten af wanneer hij daarvoor goede redenen zag.
Een bekend voorbeeld is zijn beslissing om het zogenaamde Comma Johanneum in 1 Johannes 5:7 niet op te nemen. Deze bekende trinitarische toevoeging kwam volgens hem niet voor in oude Griekse handschriften. Een discussie die in de tijd van Erasmus bij het samenstellen van de Textus Receptus al gevoerd werd.
Dat typeert Van der Palm goed. Hij was geen radicale vernieuwer, maar ook geen verdediger van traditie om de traditie zelf. Hij probeerde zorgvuldig om te gaan met de tekst van de Bijbel, met eerbied voor eerdere vertalers en tegelijk met aandacht voor wetenschappelijk onderzoek.
De eerste Nederlandse kinderbijbel
Misschien is Van der Palm bij een breder publiek nog wel bekender geworden door zijn Bijbel voor de Jeugd. Dit werk verscheen vanaf 1811 en wordt vaak gezien als de eerste Nederlandse kinderbijbel.
Dat is opvallend, omdat het idee van een kinderbijbel toen nog vrij nieuw was. Pas aan het einde van de achttiende eeuw ontstond langzaam het besef dat kinderen een eigen manier van leren en begrijpen hebben. Daaruit groeide ook de behoefte aan speciale boeken voor jonge lezers.
Van der Palm speelde daarop in vanuit zijn belangstelling voor onderwijs. Zijn Bijbel voor de Jeugd was geen sterk vereenvoudigde navertelling zoals veel moderne kinderbijbels. Het boek had meer het karakter van uitleg en begeleiding bij de Bijbeltekst.
Toch was het vernieuwend. Van der Palm nam kinderen serieus als lezers van de Bijbel. Hij probeerde de Schrift toegankelijk te maken zonder haar inhoud te versimpelen. Daarmee legde hij de basis voor een traditie van protestantse geloofsopvoeding waarin begrijpelijkheid een belangrijke plaats kreeg.
Dat sluit goed aan bij zijn bredere visie op bijbelvertaling. Voor Van der Palm moest de Bijbel niet alleen correct vertaald worden, maar ook gelezen en begrepen kunnen worden door gewone mensen.
De leerredenen
Een derde belangrijk deel van zijn nalatenschap bestaat uit zijn preken. Tijdens zijn leven verschenen al verschillende bundels leerredenen, maar na zijn dood verzamelde Nicolaas Beets deze in een grote uitgave van zestien delen onder de titel Al de leerredenen.
Die uitgave hielp om Van der Palms naam levend te houden in de negentiende eeuw. Hij stond bekend als een begaafd redenaar met een rustige, verzorgde stijl. Zijn preken waren minder scherp of emotioneel dan die van sommige orthodoxe tijdgenoten, maar juist daardoor werden ze door veel mensen gewaardeerd.
De nadruk lag vaak op beschaving, geloofsleven en morele vorming. Dat past goed bij de protestantse cultuur van zijn tijd, waarin prediking niet alleen bedoeld was om te onderwijzen, maar ook om karakter en samenleving te vormen.
Beets speelde een belangrijke rol in het bewaren van die nalatenschap. Hij schreef ook een biografie over Van der Palm: Leven en Karakter van Johannes Henricus van der Palm uit 1842. Daarbij moet wel bedacht worden dat Beets met Van der Palms kleindochter getrouwd was. Het boek heeft daardoor duidelijk het karakter van een eerbetoon.
Toch blijft het een belangrijke bron voor de geschiedenis van de Nederlandse kerk en theologie in de negentiende eeuw.
Blijvende betekenis
Johannes van der Palm leefde in een tijd waarin veel veranderde. Oude zekerheden kwamen onder druk te staan en nieuwe manieren van denken deden hun intrede. Zijn antwoord daarop was geen radicale vernieuwing, maar ook geen volledige afwijzing van nieuwe inzichten.
Hij probeerde trouw aan de Bijbel te combineren met aandacht voor taal, uitleg en begrijpelijkheid. Dat is vooral zichtbaar in zijn bijbelvertaling en in zijn werk voor jongeren.
Juist daarom blijft Van der Palm interessant voor lezers die zich bezighouden met bijbelvertaling en hermeneutiek. Zijn werk laat zien dat zorgvuldig omgaan met de Bijbel meer vraagt dan alleen letterlijk vertalen. Het vraagt ook aandacht voor taal, context, traditie en de vraag hoe een tekst werkelijk gelezen wordt.
Zijn naam is vandaag minder bekend dan die van sommige andere theologen uit zijn tijd. Toch heeft hij een blijvende invloed gehad op de manier waarop Nederlandse protestanten de Bijbel lazen, uitlegden en doorgaven aan een volgende generatie.
Download Bijbel voor de Jeugd deel 1 (Opens in a new window)
(Opens in a new window)Via Marktplaats (Opens in a new window) is tijdelijk beschikbaar de complete 24 delige boekenset van Bijbel voor de Jeugd bij elkaar in 3 banden. De opbrengst komt ten goede van Gratis Theologieboek.
Help mee om meer gratis boeken beschikbaar te maken via deze site.