Saltar para o conteúdo principal

Het Nieuwe Testament lezen met oog voor zijn Joodse wortels

Over David Stern en zijn Jewish New Testament

Banner blogpost Jewish New Testament David Stern

Wie het Nieuwe Testament leest, doet dat vaak vanuit een vertrouwd christelijk kader. Namen als Jezus, Johannes en Paulus klinken vanzelfsprekend, net als begrippen als wet, genade, doop en avondmaal. Toch kan gemakkelijk vergeten worden hoe diep het Nieuwe Testament geworteld is in het jodendom van de eerste eeuw. Jezus leefde als Jood onder Joden, de apostelen waren Joden, en vrijwel alle geschriften van het Nieuwe Testament ontstonden binnen een Joodse religieuze en culturele context.

Juist vanuit die overtuiging schreef David H. Stern zijn The Jewish New Testament en later de uitgebreide Jewish New Testament Commentary. Beide werken hebben in Engelstalige kring veel invloed gekregen onder lezers die de Joodse achtergrond van het christelijk geloof beter willen begrijpen. Hoewel Stern zelf afkomstig is uit de messiaans-joodse beweging, zijn zijn vertaling en commentaar ook buiten die kring interessant geworden, juist vanwege hun nadruk op historische, culturele en taalkundige context.

Voor protestantse lezers met interesse in theologie, exegese en hermeneutiek bieden deze werken een uitnodiging om het Nieuwe Testament opnieuw te lezen — niet als een boek dat losstaat van het Oude Testament en het jodendom, maar als een geschrift dat daaruit voortkomt.

Van econoom naar Bijbelvertaler

David H. Stern werd geboren in 1935 in Los Angeles, in een Joodse familie. Opmerkelijk genoeg begon zijn loopbaan niet in de theologie, maar in de economie. Hij promoveerde aan Princeton University en werkte als hoogleraar economie aan UCLA.

In 1972 kwam Stern tot geloof in Jezus als de Messias van Israël — of, zoals hij zelf consequent schrijft: Yeshua. Daarna volgde hij een theologische opleiding aan Fuller Theological Seminary en deed hij aanvullende studie aan het University of Judaism. Uiteindelijk verhuisde hij met zijn gezin naar Israël, waar hij zich in Jeruzalem vestigde.

Stern werd vooral bekend door drie publicaties: The Jewish New Testament, The Jewish New Testament Commentary en later de Complete Jewish Bible, waarin hij zowel het Oude als het Nieuwe Testament vanuit een Joods perspectief presenteerde.

Zijn doel was niet alleen een nieuwe vertaling maken, maar vooral zichtbaar maken dat het Nieuwe Testament oorspronkelijk ontstond binnen een Joodse wereld van denken, spreken en geloven.

Waarom een “Jewish New Testament”?

Stern stelt dat veel traditionele vertalingen van het Nieuwe Testament het Joodse karakter van de tekst hebben afgezwakt. Volgens hem zijn christenen in de loop van de geschiedenis vaak gewend geraakt aan een “vergriekst” of “verkerkelijkt” taalgebruik, waardoor de oorspronkelijke context minder zichtbaar werd.

Daarmee raakt hij aan een reëel hermeneutisch punt. Wie de Bijbel leest zonder aandacht voor historische context, loopt het risico moderne betekenissen in oude teksten te leggen. Dat geldt zeker voor het Nieuwe Testament, dat geschreven werd in een wereld waarin de tempelcultus, de synagoge, de Torah, de Joodse feesten en de verwachting van de Messias vanzelfsprekende referentiekaders waren.

Stern probeert daarom de Joodse achtergrond niet slechts in voetnoten te benoemen, maar zichtbaar te maken in de vertaling zelf.

Kenmerken van de vertaling

1. Gebruik van Hebreeuwse namen en termen

Het meest opvallende kenmerk van The Jewish New Testament is het gebruik van Hebreeuwse of Joodse namen en begrippen. Jezus wordt “Yeshua”, Jacobus wordt “Ya’akov”, Paulus blijft “Sha’ul”, en Maria wordt “Miryam”.

Ook religieuze begrippen worden vaak in hun Joodse vorm weergegeven. Zo kiest Stern bijvoorbeeld voor “Torah”, “Shabbat”, “Chanukkah” en “tzitzit”.

Voor sommige lezers kan dit aanvankelijk wat vervreemdend werken. Toch heeft deze keuze een duidelijk doel: zichtbaar maken dat de wereld van het Nieuwe Testament niet primair westers-christelijk was, maar Joods.

Dat is niet slechts een cosmetische ingreep. Namen en termen dragen culturele betekenis. Wanneer moderne lezers alleen de vergriekste of gelatiniseerde vormen kennen, vergeten zij gemakkelijk dat Jezus en zijn discipelen leefden binnen het jodendom van hun tijd.

2. Aandacht voor Joodse culturele context

Een tweede kenmerk is de sterke nadruk op Joodse gebruiken en denkpatronen. Veel passages die in traditionele kerklezing losgezongen zijn geraakt van hun achtergrond, krijgen bij Stern opnieuw een plaats binnen het joodse leven van de eerste eeuw.

Dat helpt bijvoorbeeld bij het verstaan van:

  • de discussies tussen Jezus en de farizeeën;

  • de betekenis van reinheidswetten;

  • de rol van de tempel;

  • de Joodse feestkalender;

  • de relatie tussen Torah en evangelie.

Stern benadrukt daarbij dat het vroege christendom niet ontstond als een nieuwe religie naast het jodendom, maar aanvankelijk een beweging binnen het Joodse volk was. Historisch gezien is dat een belangrijk inzicht. De eerste gemeente in Jeruzalem bestond uit Joden die geloofden dat Jezus de beloofde Messias was.

Ook de grote discussies in Handelingen en Galaten draaien niet om de vraag of Joden Jezus mochten volgen, maar of niet-Joden onderdeel konden worden van Gods volk zonder eerst volledig Joods te worden.

3. Theologische correcties volgens Stern

Het meest discussiegevoelige aspect van Sterns vertaling ligt in zijn theologische keuzes.

Een bekend voorbeeld is Romeinen 10:4. Veel oudere vertalingen spreken daar over Christus als “het einde van de wet”1. Stern vertaalt echter meer in de richting van: “de Messias is het doel waar de Torah op gericht is.”2

Daarmee sluit hij aan bij een bredere wetenschappelijke discussie over de betekenis van het Griekse woord telos (Strong 5056)3, dat zowel “einde” als “doel” of “vervulling” kan betekenen.

Ook wanneer men niet alle conclusies van Stern deelt, maakt zijn benadering duidelijk hoe belangrijk vertaalkeuzes zijn voor theologische interpretatie. Vertalen is nooit volledig neutraal; elke vertaling bevat interpretatieve beslissingen.

Voor protestantse lezers is dat geen reden om traditionele vertalingen af te wijzen, maar wel een uitnodiging om bewuster na te denken over de relatie tussen tekst, context en interpretatie.

Het belang van de Jewish New Testament Commentary

Naast de vertaling schreef Stern een omvangrijk commentaarwerk: The Jewish New Testament Commentary. Voor veel lezers is dit zelfs het meest waardevolle deel van zijn werk.

Waar de vertaling vooral de Joodse sfeer zichtbaar maakt, biedt het commentaar uitgebreide uitleg bij:

  • Joodse achtergronden;

  • rabbijnse tradities;

  • verwijzingen naar het Oude Testament;

  • culturele gewoonten;

  • discussies tussen verschillende Joodse stromingen in de eerste eeuw.

Voor serieuze Bijbelstudie is dat bijzonder nuttig.

Verrijking van de exegese

Een belangrijk voordeel van Sterns commentaar is dat het helpt voorkomen dat het Nieuwe Testament anachronistisch gelezen wordt. Sommige uitspraken van Jezus klinken scherp tegenover “de Joden”, maar krijgen een andere nuance wanneer men begrijpt dat het vaak gaat om interne discussies binnen het jodendom zelf.

Ook Paulus’ uitspraken over de wet worden begrijpelijker wanneer men beseft dat hij sprak als Joodse farizeeër die bleef denken vanuit de Schrift van Israël.

Dat betekent niet dat alle theologische spanningen verdwijnen. Het Nieuwe Testament bevat reële discussies over wet, genade, verbond en geloof in Christus. Maar Stern helpt de lezer om die discussies te plaatsen binnen hun oorspronkelijke context, in plaats van ze direct te lezen door latere kerkelijke conflicten heen.

Verbinding tussen Oude en Nieuwe Testament

Een ander sterk punt van het commentaar is de voortdurende verbinding tussen Oude en Nieuwe Testament. Stern laat zien hoe diep de nieuwtestamentische schrijvers geworteld zijn in de Tenach.

Dat is belangrijk, omdat christelijke lezers soms geneigd zijn het Oude Testament vooral als “voorafschaduwing” te lezen, zonder voldoende aandacht voor de eigen betekenis ervan binnen Israël.

Kritische kanttekeningen

Hoewel The Jewish New Testament en het commentaar veel waardevolle inzichten bieden, zijn er ook kritische vragen te stellen.

Sommige geleerden vinden dat Stern soms te sterk vanuit een messiaans-joodse agenda schrijft. Niet elke vertaalkeuze of interpretatie zal breed gedragen worden binnen de academische nieuwtestamentische wetenschap.

Ook kan het gebruik van vele Hebreeuwse termen voor sommige lezers eerder een barrière vormen dan een hulp. Wie geen achtergrond heeft in het jodendom kan verdwalen in onbekende begrippen.

Daarnaast is het belangrijk onderscheid te maken tussen:

  • het erkennen van de Joodse oorsprong van het christelijk geloof;

  • en het overnemen van een specifiek messiaans-joods theologisch programma.

Dat onderscheid hoeft echter niet af te doen aan de waarde van Sterns werk als hulpmiddel voor historische en exegetische verdieping.

Waarom deze werken relevant blijven

In de afgelopen decennia is binnen de nieuwtestamentische wetenschap steeds meer aandacht gekomen voor het Joodse karakter van Jezus, Paulus en de vroege kerk. Denk aan het zogenoemde “New Perspective on Paul”.

Dat betekent niet dat christenen “Joods moeten worden”. Het Nieuwe Testament zelf maakt duidelijk dat het evangelie gericht is aan zowel Joden als heidenen. Maar het betekent wel dat christelijke hermeneutiek gebaat is bij historisch bewustzijn.

Conclusie

The Jewish New Testament en The Jewish New Testament Commentary van David H. Stern vormen een interessante en waardevolle bijdrage aan de studie van het Nieuwe Testament. Niet omdat zij de enige juiste manier van lezen bieden, maar omdat zij de lezer helpen opnieuw oog te krijgen voor de Joodse context waarin het evangelie ontstond.

Sterns vertaling maakt zichtbaar dat het Nieuwe Testament geen losstaand westers boek is, maar diep geworteld is in de geschiedenis, taal en geloofswereld van Israël. Zijn commentaar biedt vervolgens de historische en culturele verdieping die nodig is om veel passages beter te begrijpen.

Voor protestantse lezers met interesse in exegese en hermeneutiek kunnen deze werken daarom een nuttige aanvulling zijn naast meer traditionele commentaren en vertalingen. Zij herinneren eraan dat zorgvuldig Bijbellezen vraagt om aandacht voor context — en dat het verstaan van de Joodse achtergrond van het Nieuwe Testament geen bijzaak is, maar een belangrijk onderdeel van verantwoord Schriftbegrip.

Via Marktplaats (Abre numa nova janela) biedt ik momenteel één set van beide boeken aan in een box. De boeken zien er nagenoeg ongebruikt uit. Een unieke kans om deze boeken te bemachtigen.

Help mee om gratis bijbels en boeken beschikbaar te maken met een kleine maandelijkse bijdrage.

  1. StV/NBG51: het einde der wet; HSV: het einddoel van de wet; NBV: de wet vind zijn doel in Christus

  2. In de Nederlandse HSV en NBV komt dit inmiddels ook beter tot uitdrukking.

  3. Een uitgebreide verhandeling is te vinden in het Grieks-Nederlands Lexicon van Harting dat binnen de OLB / CLB apps gekoppeld is aan Strong-coderingen.

Tópico Boekrecensies

0 comentários

Gostaria de ser o primeiro a escrever um comentário?
Torne-se membro de Gratis Theologieboek e comece a conversa.
Torne-se membro