Hoe een Nederlandse rel past in een wereldwijde aanval op journalistiek
Door Peter Vandermeersch
De recente aanval van Mona Keijzer op de NOS lijkt op het eerste gezicht een typisch Nederlands incident: een vicepremier die de publieke omroep beschuldigt van het doorgeven van propaganda. (Öffnet in neuem Fenster) Wie iets verder kijkt dan Den Haag, ziet dat haar woorden geen op zichzelf staande uitglijder zijn. Ze passen in een internationale beweging waarin politici de journalistiek niet langer simpelweg bekritiseren, maar proberen haar legitimiteit te ondermijnen. Keijzer is daarmee geen uitzondering, maar een symptoom van een structureel democratisch probleem.

Dat wordt erkend door internationale waakhonden. Het Reuters Institute (Öffnet in neuem Fenster) verwoordt het zo: “In many countries, leading national politicians are considered by respondents to pose the biggest threat, especially in the United States where Donald Trump’s second term has been marked by a strategy of ‘flooding the zone’, often with misleading information or false statements. He has long used the term ‘fake news’ to vilify media critical of his policies.” Met andere woorden: de grootste bedreiging voor journalistiek komt niet langer van economische druk, sociale media of technologie, maar van politici die de macht hebben het publieke vertrouwen in journalistiek te breken.
In de Verenigde Staten is die trend al jaren zichtbaar en inmiddels geïnstitutionaliseerd. De regering-Trump onderhoudt een officiële webpagina op de White House-site (Öffnet in neuem Fenster) waar nieuwsorganisaties en individuele journalisten publiekelijk worden gelabeld als “Misleading. Biased. Exposed.” Het is geen retorische provocatie meer; het is een staatsinstrument dat bedoeld is om vertrouwen in de pers te ondermijnen en kritische verslaggeving te ontmoedigen. Een president die journalisten vanuit de overheid classificeert, zet een stap richting staatspropaganda.
Ook in Europa is dezelfde logica zichtbaar. In Duitsland is het woord Lügenpresse, dat door de nazi’s werd gebruikt om kritische media als vijanden van het volk neer te zetten, door de AfD opnieuw in de politieke woordenschat gebracht. (Öffnet in neuem Fenster) Daarmee wordt niet langer kritiek geuit op een concrete publicatie, maar wordt een gehele beroepsgroep bij voorbaat verdacht gemaakt.

In het recente rapport van het Reuters Institute: “This is especially the case in countries where mainstream media are seen to be unduly influenced by powerful agendas (e.g. Greece (Öffnet in neuem Fenster) and Hungary (Öffnet in neuem Fenster)). In polarised markets such as the United States, those that identify on the right are also much more inclined to see news media as a major threat, with many believing that they deliberately misinform the public and work to a liberal agenda.” De aanval verschuift van de inhoud naar de persoon, van het artikel naar de journalist. Dat maakt de schade des te groter, omdat het journalisten persoonlijk kwetsbaar maakt en het risico op intimidatie en zelfcensuur verhoogt.
Een voorbeeld dat vaak onder de radar blijft, maar juist binnen de Europese Unie extra relevant is, komt uit Griekenland. Human Rights Watch concludeerde in 2025 dat de persvrijheid daar de afgelopen jaren dramatisch is verslechterd. (Öffnet in neuem Fenster) Journalisten worden bespioneerd met spyware, geconfronteerd met lastercampagnes, geïntimideerd via SLAPP-zaken en financieel ondermijnd doordat staatsadvertenties vooral naar regeringsgezinde media gaan. Onafhankelijke redacties spreken openlijk over een groeiend klimaat van zelfcensuur. Griekenland laat zien hoe snel een democratie kan afglijden wanneer politieke macht wordt gebruikt om media te controleren in plaats van te controleren te worden.

Wanneer je deze voorbeelden naast elkaar legt, wordt de rode draad zichtbaar. Politici die zich bedreigd voelen door kritische journalistiek verschuiven hun aanval van de inhoud naar de integriteit van de journalistiek zelf. Niet: dit artikel bevat fouten, maar: deze journalist is niet te vertrouwen. Niet: deze omroep is kritisch, maar: deze omroep staat aan de verkeerde kant. De aanval gaat niet meer over feiten, maar over legitimiteit.
Het gevolg is overal hetzelfde. De samenleving verliest een gedeeld fundament. Media worden niet langer gezien als bron van informatie, maar als politieke actor of zelfs als vijand.
Volgens het Reuters Institute ligt de enige echte verdediging tegen deze aanvallen niet in terughoudendheid, maar in het blijven dienen van het publiek: “Impartiality, accuracy, transparency, and original reporting are what the public expects, even if many people think that the media continue to fall short. The good news is that these are things many journalists and news media would like to offer people.” Dat is een opdracht, een waarschuwing en een bemoediging tegelijk.
Mona Keijzers aanval op de NOS is geen incident. Ze maakt deel uit van een groeiende reeks politieke machtsgrepen tegen de pers — subtieler of grover, maar overal gevaarlijk. Het normaliseren van wantrouwen jegens de vrije pers is misschien wel het grootste gevaar voor de democratie van onze tijd.
In een eerdere versie van deze nieuwsbrief waren citaten van Reuters niet correct. Die zijn in deze versie gecorrigeerd.