Skip to main content

De prijs van waarheid

In 2025 werden 128 journalisten gedood

Door Peter Vandermeersch

Mijn laatste column van vorig jaar ging over 2025 als het jaar van de leugen. (Opens in a new window) Over hoe desinformatie, halve waarheden en bewuste misleiding steeds nadrukkelijker het publieke debat bepalen. Deze column gaat over de mensen die die leugens proberen bloot te leggen — en over de prijs die zij daarvoor betalen.

De Internationale Federatie van Journalisten heeft namelijk haar telling voor vorig jaar afgerond: 128 journalisten en mediawerkers werden gedood. (Opens in a new window) Dit is geen schatting, geen politieke claim, maar het resultaat van een nauwgezette inventaris. Namen, landen, omstandigheden. Achter elk cijfer schuilt een mens die zijn of haar werk niet heeft overleefd.

Meer dan de helft van de doden viel in het Midden-Oosten, met Gaza als het dodelijke epicentrum. Daar kwamen tientallen journalisten om terwijl zij verslag deden van een oorlog waarin informatie zelf een strijdmiddel is geworden. Journalisten waren er geen toevallige slachtoffers van geweld, maar vaak directe getuigen van wat sommigen liever ongezien hielden.

Ook elders bleef het gevaar groot. In Oekraïne stierven journalisten aan het front en bij raketaanvallen. In Soedan, Jemen en delen van Latijns-Amerika werden verslaggevers gedood terwijl zij corruptie, georganiseerde misdaad of machtsmisbruik onderzochten. Het patroon is herkenbaar: waar geweld structureel wordt en instituties verzwakken, verdwijnt de bescherming van de pers als eerste.

Europa kijkt vaak naar dit soort cijfers met een mengeling van afschuw en geruststelling. Alsof het hier fundamenteel anders is. Alsof persvrijheid een verworvenheid is die niet meer kan worden aangetast. Dat is een misvatting. Ook in Europa worden journalisten bedreigd, geïntimideerd en juridisch onder druk gezet. Onderzoeksjournalisten leven met politiebescherming. SLAPP-rechtszaken worden ingezet om verslaggeving te ontmoedigen.

Persvrijheid is geen geografisch afgebakend recht. Ze functioneert als een geheel. Wat elders genormaliseerd raakt, sijpelt onvermijdelijk door. Wanneer aanvallen op journalisten in oorlogen of autoritaire staten zonder gevolgen blijven, verzwakt ook hier de norm. Europa profiteert nog van instituties en rechtsbescherming, maar die zijn geen natuurwetten. Ze vergen onderhoud, waakzaamheid en politieke moed.

Wat al deze gevallen verbindt, is niet alleen het geweld zelf, maar wat erop volgt — of juist niet volgt. Onderzoeken blijven uit. Daders worden zelden vervolgd. Straffeloosheid is geen bijwerking meer, maar een structureel onderdeel van het probleem. Wie journalisten aanvalt, leert dat de consequenties beperkt zijn. En die les wordt wereldwijd opgepikt.

Tegelijkertijd zitten wereldwijd 533 journalisten gevangen vanwege hun werk, zo meldt de IFJ. Niet omdat ze geweld pleegden, maar omdat ze publiceerden. Omdat ze documenten lazen. Omdat ze vragen stelden die te dichtbij kwamen. China is daarbij de grootste gevangenis voor journalisten ter wereld. Persvrijheid wordt nog steeds beleden in verdragen en verklaringen, maar steeds vaker uitgehold in de praktijk.

Journalistiek is geen activisme en geen propaganda. Het is een publieke dienst, gebouwd op zorgvuldigheid, twijfel en verantwoordelijkheid. Precies daarom is ze lastig voor wie absolute controle nastreeft — en precies daarom verdient ze bescherming.

128 doden. Dat is geen statistiek voor een jaaroverzicht. Het is een waarschuwing. Over de staat van de journalistiek, maar vooral over de staat van de wereld waarin zij haar werk moet doen.