Waarom ik liever een krant met littekens heb dan een krant die niet toegeeft dat ze gewond raakte
Door Peter Vandermeersch
Laat ik maar meteen eerlijk beginnen: ik ben bevooroordeeld. In mijn laatste jaar als hoofdredacteur van De Standaard, (2010) stelde ik Filip Verhoest aan als ombudsman, een functie die toen nog niet bestond, en in mijn eerste jaar als hoofdredacteur bij NRC Handelsblad benoemde ik Sjoerd de Jong in die (ook daar voorheen niet bestaande) functie. Misschien maakt dat me partijdig. Maar misschien is dat precies waarom ik dit stuk schrijf.
We leven in een tijd waarin journalistieke fouten geen gewone fouten zijn. Ze worden wapens. Politici – Trump voorop – wachten op elke misstap, op elke slordigheid, op elke titel die net iets te scherp of net iets te vrijblijvend is. Op sociale media wordt één ongelukkige zin opgeblazen tot bewijs van kwade intenties.

In zo’n klimaat is fouten minimaliseren of stilletjes rechtzetten niet alleen onverstandig; het is dodelijk. Als we niet uitleggen hoe we werken en waarom we beslissingen nemen, zal iemand anders het wel doen — en meestal niet in ons voordeel.
NRC publiceerde kritiek zonder verpinken
NRC ervoer dat recent in de verslaggeving rond Hans Wijers. De kritiek was fel, de verontwaardiging oprecht, en lezers liepen weg. Dan heb je twee opties: defensief achter je redactionele gelijk gaan staan, of de moed hebben om de eigen fouten te laten fileren. NRC koos voor dat laatste, en vroeg ombudsman Herman Staal te onderzoeken wat er misging. Zijn conclusie was duidelijk: het journalistieke onderzoek was terecht, maar er ging tegelijk te veel fout. Het feit dat NRC die kritiek zonder verpinken publiceerde, siert de krant meer dan welk verdedigingsstatement ook.
Ook De Volkskrant komt tot dat besef. Met de komst van ombudsvrouw Loes Reijmer keerde een noodzakelijke vorm van zelfkritiek terug. Haar analyse van de podcasts van de krant stelde een ongemakkelijke vraag: voldoen die nieuwe journalistieke formats wel aan dezelfde normen als de krant zelf? Niet altijd, zo bleek. Precies daarom is zo’n onafhankelijke stem onmisbaar.
Journalistiek spreidt zich vandaag uit over audio, video, sociale media en hybride vormen waarin nieuws, entertainment en opinie gemakkelijk door elkaar lopen. Juist dan moet er iemand zijn die op de rem kan staan en kan zeggen: hier verwateren onze principes.

Transparantie is zelfbescherming
Transparantie is niet alleen een ethische keuze, het is ook pure zelfbescherming. Trump bedreigde intussen verschillende grote mediaorganisaties met miljardenclaims, soms om fouten die op zichzelf klein waren, soms om context die net niet genuanceerd genoeg werd weergegeven.
De BBC moest zich verdedigen na een montagefout in een documentaire. The Times toonde hoe één gênante vergissing – het toeschrijven van uitspraken aan de verkeerde Bill de Blasio – kan uitgroeien tot een internationale vernedering. De fout doet pijn, maar de échte schade zit in wat erna gebeurt: verstoppen, ontkennen, stil editen. Transparantie is niet de vijand, maar het schild.
Onderzoek naar transparantie bevestigt dat. Het is geen wondermiddel; sceptici blijven sceptici, hoe open je keuken ook is. Maar transparantie versterkt wel het vertrouwen bij lezers die nog bereid zijn te luisteren. Ze maakt zichtbaar wat journalistiek onderscheidt van propaganda, opinie of AI-gegenereerde content.
Lezers waarderen rechtzettingen
Ze toont ook hoe journalistieke keuzes tot stand komen – iets wat we veel te vaak voor vanzelfsprekend houden. De Amerikaanse nieuwsbrief Tangle bewijst hoe krachtig radicale openheid kan zijn: elke fout wordt bovenaan de volgende editie rechtgezet, mét uitleg en mét verantwoordelijkheid. Lezers waarderen dat. Ze verwachten niet dat we nooit fouten maken, wel dat we eerlijk zijn over de fouten die we maken.

Als ik kijk naar wat redacties vandaag moeten doen, zie ik drie dingen. Ten eerste: maak interne kritiek structureel. Een ombudsman of transparantie-redacteur of hoe je het beestje ook noemt moet geen luxe zijn, maar een vast onderdeel van een moderne redactie. Ten tweede: corrigeer zichtbaar, niet stiekem. Een fout is geen schande; ze verbergen is dat wel. Ten derde: leg uit hoe we werken. Zeker nu AI onze workflow binnendringt, moeten lezers weten wat er door mensen wordt gecontroleerd en wat niet.
Waarom geloof ik hier zo hard in? Omdat ik op redacties heb gezien hoe ze sterker, eerlijker en samenhangender worden wanneer iemand intern en onafhankelijk de vinger op de wonde mag leggen. Omdat lezers die eerlijkheid voelen. Omdat journalistiek floreert wanneer ze haar eigen kwetsbaarheid durft te tonen.
Liever een krant met littekens
Ik heb liever een krant met littekens dan een krant die nooit durft toe te geven dat ze gewond raakte. De kracht van journalistiek ligt niet in onfeilbaarheid, maar in de moed om te zeggen: wij zaten fout. En in de overtuiging om daarna te tonen hoe we het voortaan beter doen.
Aanvullling. Een dag na het verschijnen van dit stukje heeft de hoofdredactie van NRC de berichtgeving gerectificeerd en de lezer excuses aangeboden. (Abre numa nova janela)
Tweede aanvulling. Op 5 december schreef ombudsman Herman Staal een tweede stuk over deze zaak (Abre numa nova janela)waarbij hij ook bijzonder kritisch was over zijn eerste afweging. Het versterkt alleen maar mijn punt over de zelfreflectie en mijn respect voor een organisatie die met fouten omgaat.