Passer au contenu principal

Democratie sterft ook bij daglicht

De implosie van The Washington Post als waarschuwing voor de journalistiek

Door Peter Vandermeersch

Democracy Dies in Darkness. Dat is de slogan die een van de mooiste kranten ter wereld, The Washington Post, elke dag op de frontpagina en bovenaan zijn website afdrukt. Deze week werd het plots een stuk donkerder, toen de uitgever aankondigde dat 300 van de 800 journalisten hun baan verliezen.

Het hing al een tijd in de lucht, maar dat de reorganisatie bij The Washington Post zo hard zou toeslaan, had niemand verwacht. De boeken- en sportredactie worden vrijwel volledig opgedoekt, buitenlandcorrespondenten — onder wie velen in het Midden-Oosten — verliezen hun baan, en ook binnenlandreporters worden aan de deur gezet.

Martin Baron, voormalig hoofdredacteur, noemde het “een van de donkerste dagen in de geschiedenis van een van de grootste nieuwsorganisaties ter wereld”. Nancy Pelosi, voormalig voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, zei: “Wanneer redacties worden verzwakt, wordt onze republiek verzwakt.”

Ik herinner me hoe ik The Washington Post een tiental jaar geleden bezocht en hoe optimistisch de collega’s toen waren. Met Jeff Bezos, die de krant in 2013 had gekocht voor 250 miljoen dollar, leek de redactie zich eindelijk los te rukken uit een papieren verleden waaraan ze te lang had vastgehouden. Er werd geïnvesteerd in journalistiek, technologie, data en audience teams. De site en app werden eindelijk waardige vitrines voor kwaliteitsjournalistiek.

Tijdens de eerste Trump-jaren bloeide de krant. In 2018 won The Post samen met The New York Times de Pulitzer voor de onthullingen over Trumps banden met Rusland. Het aantal digitale abonnees steeg snel. Er werd winst gemaakt.

Maar dat succes bleek tijdelijk. Vanaf het begin van de jaren twintig begonnen zowel abonnees als advertentie-inkomsten terug te lopen. Dat probleem treft de hele sector. Grote platformen als Google zuigen advertentiegeld weg zonder in journalistiek te investeren. AI-modellen gebruiken massaal krantencontent zonder lezers naar de sites van die kranten te leiden. Vorig jaar resulteerde dat bij The Washington Post in een verlies van 100 miljoen dollar.

Jeff Bezos mocht dan wel blijven herhalen dat hij altijd beschikbaar was als de krant middelen nodig had, intussen sloeg hij zelf een van de belangrijkste pijlers onder het merk weg: het vertrouwen. In oktober 2024 gebeurde iets ongeziens. Elf dagen voor de presidentsverkiezingen trok Bezos de stekker uit een geplande endorsement van Kamala Harris — een traditie die The Washington Post al decennialang volgde.

De tekst was geschreven, de redactionele lijn duidelijk. Alleen besliste de eigenaar anders. In de newsroom werd dat ervaren als politieke inmenging, bij het publiek als een cadeau aan Donald Trump. Het gevolg was verwoestend: meer dan 250.000 abonnees zegden hun abonnement op. De eigenaar greep in op het moment dat afstand nodig was.

Daar bleef het niet bij. In februari 2025 kondigde Bezos aan dat de opiniepagina voortaan zou draaien rond twee “pijlers”: personal liberties en free markets. Tegengestelde visies — jarenlang een kernkenmerk van de opiniepagina’s — moesten elders maar een plaats vinden. Topredacteuren stapten op. Het merk verloor zijn ziel, en zijn lezers. En toen enkele weken geleden het huis van Post-journalist Hannah Natanson door de FBI werd doorzocht in een lekkenonderzoek, bleef Bezos oorverdovend stil. De eigenaar koos afstand op het moment dat leiderschap nodig was.

De les is in mijn ogen drievoudig.

Om te beginnen kan goede journalistiek niet bestaan zonder een solide economische basis; geen enkel bedrijf kan zich structurele verliezen van honderd miljoen per jaar permitteren.

Goede journalistiek kan ook niet bestaan zonder eigenaars met ruggengraat, die het morele kapitaal van hun merk beschermen in plaats van ondermijnen.

En ten slotte kan goede journalistiek niet bestaan zonder lezers die bereid zijn ervoor te betalen, via een abonnement of, in het geval van publieke media, via belastinggeld.

Dat dit alles geen theorie is, bleek opvallend genoeg op de dag waarop The Washington Post het ontslag van honderden journalisten aankondigde. Toen rapporteerde The New York Times opnieuw sterke cijfers, met groeiende digitale abonnementen, stijgende omzet en een gezonde winstgevendheid — het resultaat van journalistieke ambitie, brede opinie, vertrouwen in redacties en een duidelijke scheiding tussen eigendom en inhoud.

Dat verschil is geen toeval. Het is beleid.