Door Peter Vandermeersch
Jonge mensen zijn allesbehalve afgehaakt van nieuws. Dat blijkt uit Next Gen News 2 (Abre numa nova janela), een grootschalig onderzoek van de Financial Times Strategies en de Medill School of Journalism (Northwestern University), met steun van het Google News Initiative. Het onderzoek combineerde kwantitatief en kwalitatief consumentenonderzoek in vijf landen — Brazilië, India, Nigeria, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten — telkens met duizend respondenten per land.
Eerst de cijfers: meer dan de helft van de zogenaamde next-gen nieuwsconsumenten, zeg maar jongeren onder de 25, houdt zich minstens dagelijks met nieuws bezig — een derde doet dat zelfs meerdere keren per dag. Jongeren zijn daarmee minder afwezig dan vaak wordt aangenomen. In tegenstelling tot het hardnekkige beeld dat zij nieuws vermijden, doen zij dat niet vaker dan oudere generaties. In Brazilië, India en het Verenigd Koninkrijk ligt het aandeel jongeren dat nieuws “vaak” of “soms” vermijdt zelfs lager dan bij ouderen.

Wel verschilt de manier waarop jongeren nieuws vinden sterk van die van oudere generaties. Voor het next-gen publiek zijn sociale media vanzelfsprekend de belangrijkste bron voor nieuwsontdekking. Zoekmachines en videoplatforms worden door jongeren bijna even intensief gebruikt als sociale media. Een ouder publiek wendt zich vooral tot radio en televisie. Deze patronen verschillen nauwelijks tussen landen.
Die relatief hoge betrokkenheid van jongeren gaat wel samen met een sterk gevoel van overweldiging. Jongeren voelen zich voortdurend overstelpt door de hoeveelheid nieuws die zij tegenkomen of denken te moeten volgen. Bijna 54 procent van de jonge respondenten is het ermee eens dat “bijblijven met het nieuws niet veel tijd zou moeten kosten”. Om de informatiestroom beheersbaar te houden nemen zij bewust afstand: ze nemen pauzes, verwijderen apps of schakelen meldingen uit.

“Een van de grootste uitdagingen voor mij bij het proberen geïnformeerd te blijven is het feit dat er gewoon zoveel content is. Soms weet ik niet eens waar ik moet beginnen”, zo wordt Hedavam S. uit de Verenigde Staten geciteerd. En ook Medina B. uit het Verenigd Koninkrijk zegt: “Het is moeilijk om te ordenen en te begrijpen waaraan aandacht te besteden, en nog meer, waaraan niet… gewoon omdat er zoveel beschikbaar is op de platforms.”
Overweldiging betekent geen desinteresse. Wanneer jongeren informatie tegenkomen waar zij om geven, engageren zij zich intensief. Meer dan 65 procent geeft aan dat, wanneer een onderwerp hen interesseert, zij de voorkeur geven aan een diepgaand verhaal boven een samenvatting. Ook hanteren jongeren een bredere definitie van nieuws. Voor hen omvat het niet alleen maatschappelijke informatie, maar ook persoonlijke relevantie, “waar iedereen het over heeft”, en content die vermakelijk is, zolang die non-fictie blijft.

Boeiend is dat het onderzoek een duidelijke kloof vaststelt tussen aandacht en vertrouwen: jonge consumenten besteden aanzienlijke aandacht aan influencers, creators en alternatieve nieuwsbronnen, maar blijven traditionele nieuwsproducenten — zoals klassieke kranten — het meest vertrouwen. Vertrouwen blijkt dan weer minder verbonden aan het merk en meer aan de relatie met de nieuwsproducent of maker.
Meer dan bij oudere generaties zijn jongeren zich sterk bewust van de rol van algoritmen in hun nieuwsvoorziening. Ze proberen actief te sturen wat zij te zien krijgen, via hun scrollgedrag of door content wel of niet te liken. AI maakt daarbij steeds vaker deel uit van hun mediagebruik. Sommige deelnemers noemen LLM-chatbots expliciet als nieuwsbron, al verschilt de adoptie daarvan sterk per land.

Kortom: het beeld dat uit Next Gen News 2 naar voren komt, is dat van een generatie die niet afhaakt, maar selecteert. Jongeren zoeken actief nieuws, zijn sterk geïnteresseerd en bereid tot diepgang, maar uiterst kritisch in hoe zij hun aandacht verdelen. Ze verlangen helderheid, transparantie en authenticiteit — en nieuws dat hen bereikt op de plekken en in de vormen die passen bij hun dagelijkse informatiepraktijken.
Voor uitgevers ligt daar de kern van de uitdaging. Niet een gebrek aan interesse, maar een strijd om aandacht in een overvolle, algoritmisch gedreven omgeving.

Wie jongeren wil bereiken, zal journalistiek moeten bedrijven vanuit hun beleving: aanwezig zijn op de platformen waar nieuws wordt ontdekt, formats aanbieden die helpen kiezen en prioriteren, en ruimte bieden voor zowel snelle oriëntatie als echte verdieping.
Dat vraagt investeringen in distributie, visuele en multimediale vertelvormen en duidelijke navigatie die dat gevoel van overweldiging vermindert. Tegelijk moeten uitgevers werken aan vertrouwen en affiniteit, minder als anoniem instituut en meer via herkenbare makers.
Dat alles betekent vooral, en dat is goed nieuws, dat we niet onze journalistieke waarden moeten loslaten, maar die waarden anders moeten verpakken en slimmer laten reizen door het hedendaagse informatie-ecosysteem.