Van Amerika tot Europa daalt de bereidheid om voor nieuws te betalen — met verstrekkende maatschappelijke gevolgen.
Door Peter Vandermeersch
Luisteraars van de, ook in Europa erg populaire, podcast The Daily van The New York Times kregen begin deze week een wel erg bijzondere boodschap te horen. Arthur Gregg (A.G.) Sulzberger, de uitgever van de krant en telg van de familie die al decennialang de scepter zwaait over Amerika’s meest invloedrijke dagblad, riep in een advertentie op om een abonnement te nemen… op uw lokale krant.
Dit is A.G. Sulzberger. Ik ben de uitgever van The New York Times. Ik houd toezicht op onze nieuwsactiviteiten en ons bedrijf. Maar ik ben ook een voormalige verslaggever die met grote bezorgdheid heeft gezien hoe ons vak de afgelopen jaren steeds verder is gekrompen.
Normaal gesproken praten we in deze advertenties over het belang van een abonnement op de Times. Vandaag heb ik een andere boodschap. Ik moedig u aan om elke nieuwsorganisatie te steunen die zich toelegt op originele verslaggeving. Als dat uw lokale krant is, fantastisch — vooral lokale kranten hebben uw steun hard nodig. Als het een andere nationale krant is, is dat ook prima.
En als het The New York Times is, dan gebruiken wij dat geld om verslaggevers op pad te sturen om de feiten en context te vinden die u nooit van AI zult krijgen. Dat is alles — ik vraag u niet om op een link te klikken, maar om u te abonneren op een echte nieuwsorganisatie met echte journalisten die uit eerste hand, op feiten gebaseerde verslaggeving doen. En als u dat al doet: dank u wel.
Als ik dat hoor, wordt de cynicus in mij wakker. Makkelijk om groothartig te zijn, denk ik dan, als jouw bedrijf een paar weken geleden kon aankondigen dat het 550 miljoen dollar winst maakte (een marge van 19,5%). Maar een goede bron bij The New York Times vertelde me onlangs dat de top van het bedrijf zich er steeds meer van bewust is dat ook de toekomst van het prestigieuze instituut dat de Times is, onlosmakelijk verbonden is met de gezondheid van het bredere informatie-ecosysteem.

In eerdere toespraken sprak Sulzberger zijn bezorgdheid uit over de bijzonder slechte staat waarin de (Amerikaanse) journalistieke industrie zich bevindt. Traditionele verdienmodellen zijn ingestort, het vertrouwen in journalistiek heeft een historisch dieptepunt bereikt. Vraatzuchtige hedgefondsen als Alden Global Capital kochten de voorbije jaren honderden kranten op om die te “herstructureren” en leeg te zuigen.
Sinds 2005 sloten meer dan 2.500 Amerikaanse kranten de deuren. Er werken nog maar half zoveel journalisten in de VS als twintig jaar geleden. Honderden counties hebben geen lokale krant meer. Een stad als Atlanta heeft sinds vorig jaar geen gedrukte krant meer, en in mei zal ook Pittsburgh geen belangrijke krant meer hebben na de aangekondigde sluiting van de Pittsburgh Post-Gazette.
Sulzberger benadrukte eerder al dat vooral lokale kranten cruciaal zijn voor de “information value chain”. Zij vormen de fijnmazige infrastructuur die feiten op de grond verifieert, waarop nationale media vervolgens voortbouwen. De verdwijning van lokale journalistiek is volgens hem een “nationale tragedie” omdat zij leidt tot gemeenschappen die minder verbonden zijn rond gedeelde feiten en daardoor gemakkelijker gemanipuleerd kunnen worden door machtige belangen. “Neem een abonnement op een krant” is in die zin een antwoord op oprukkende desinformatie.
Hoe zit dat in Europa?
Recent onderzoek laat ook hier een zorgwekkend beeld zien van de feitelijke betaalbereidheid. Uit onderzoek van Reuters (2025) blijkt dat gemiddeld slechts 18% van de bevolking in twintig onderzochte landen het afgelopen jaar heeft betaald voor online nieuws.
Er bestaat een scherpe geografische kloof: terwijl Noorwegen de lijst aanvoert met 42% en Zweden volgt met 31%, is de bereidheid in landen als Italië (9%), het Verenigd Koninkrijk (10%) en Frankrijk (11%) minimaal. In Nederland en België betaalt respectievelijk slechts 17% en 16% voor online nieuws — cijfers die na een periode van groei een plafond lijken te hebben bereikt.

De barrières voor betalingsbereidheid in Europa hangen vaak samen met de perceptie van waarde en met de concurrentie van entertainment. Veel consumenten beschouwen nieuws als iets vanzelfsprekends dat gratis beschikbaar is via sociale media, waardoor de urgentie om te betalen ontbreekt.
Bovendien vergelijken zij de prijs van een nieuwsabonnement vaak ongunstig met diensten als Netflix of Spotify. In Frankrijk is bijvoorbeeld 50% van de bevolking wel bereid te betalen voor videodiensten. Ook weerstand tegen langdurige verplichtingen en technische drempels in apps spelen een rol bij het uitblijven van nieuwe abonnees.
De beperkte bereidheid om voor journalistiek te betalen heeft verstrekkende gevolgen voor de kwaliteit van de informatievoorziening en de stabiliteit van de samenleving.
· Verschraling van de controlefunctie: Wanneer inkomsten uitblijven, hebben nieuwsredacties minder journalisten beschikbaar voor tijdrovend onderzoeksjournalistiek werk, waardoor het risico toeneemt dat belangrijke maatschappelijke misstanden onverteld blijven.
· Polarisatie en desinformatie: Het wegvallen van onafhankelijke journalistiek vernietigt het bindweefsel van een gemeenschappelijke feitenbasis, wat leidt tot een staat van “mutual incomprehension”, waarin groepen alleen nog informatie consumeren die hun bestaande wereldbeeld bevestigt.
· Maatschappelijke kwetsbaarheid: Een verzwakte journalistieke infrastructuur maakt een samenleving vatbaarder voor wat Sulzberger het “technocratische draaiboek” van autoritaire krachten noemt: het systematisch ondermijnen van de legitimiteit van de pers en het instrumentaliseren van het rechtssysteem tegen mediaorganisaties.
Sulzbergers oproep is minder altruïstisch dan ze lijkt. Journalistiek is geen abonnement op een product, maar op een publieke infrastructuur. Wie vandaag niet bereid is te investeren in die infrastructuur, betaalt morgen een hogere prijs: in wantrouwen, polarisatie en bestuurlijke willekeur. Dat geldt voor de VS, maar ook voor onze Europese markten.