Skip to main content

10 werkwoorden met SLAAN

Wil jij je Nederlandse woordenschat uitbreiden? In deze video leer je 10 handige werkwoorden met “slaan”: ontslaan, opslaan, doorslaan, omslaan, verslaan, overslaan, afslaan, toeslaan, inslaan en aanslaan. Ik laat je zien wat ze betekenen én hoe je ze gebruikt in echte zinnen, zodat je ze meteen zelf kunt toepassen.

Topic Scheidbare werkwoorden

0 comments

Would you like to be the first to write a comment?
Become a member of Alexia's Everyday Dutch and start the conversation.
Become a member